Wono

Bureau voor woononderzoek Els de Jong

woonbelevingsonderzoek bij bewoners van een woonzorgcentrum

langer thuis

Woonbelevingsonderzoek bij bewoners van een woonzorgcentrum met een lichte zorgvraag (zzp 4). Deze ouderen komen volgens de nieuwe regels niet meer in aanmerking voor intrumurale zorg. Zij wonen in een woonzorgcentrum, omdat ze al voor het nieuwe beleid hier naar toe waren verhuisd, of omdat zij onder het nieuw regime, met een zogenaamd “all-inclusive pakket” met gescheiden wonen en zorg, hier terecht konden.

Het landelijk beleid is er op gericht, dat ouderen zo lang mogelijk zelfstandig thuis wonen. Voor veel ouderen is dit ook het ideaal. Toch blijft er onder ouderen behoefte bestaan aan een beschermde woonvorm, ook als zij hier volgens de beleidsregels niet voor in aanmerking komen.

voor alle leefstijlen

woonbelevingsonderzoek bij een zorgcentrumHet woonbelevingsonderzoek had verrassende resultaten. Vaak wordt gesteld, dat gezelligheid en veiligheid de belangrijkste motieven zijn om in een woonzorgcentrum te willen wonen. Deze motieven worden verbonden met een bepaalde leefstijl. Dit blijkt echter niet te kloppen. Ten tijde van dit onderzoek in 2016 zijn het nog steeds vooral de omstandigheden en de vorige woonsituatie, die bepalen of ouderen verhuizen naar een woonzorgcentrum. Met leefstijl heeft dit weinig te maken. Ook ouderen die behoefte hebben aan rust en privacy, en niet houden van verplichte gezelligheid, kiezen voor het wonen in een woonzorgcentrum. Zij doen dit vanwege het comfort en gemak. Voor deze ouderen zou de oude benaming ‘rusthuis’ een aantrekkelijke optie zijn. Ouderen, die zo zelfstandig mogelijk willen leven en behoefte hebben aan vrijheid en openheid, kiezen ook voor een woonzorgcentrum, met name als zij verwachten, dat zij hierdoor hun zelfredzaamheid kunnen behouden en niet afhankelijk hoeven te worden van mantelzorg.

 

-->